De leerlingen kunnen een klacht over pestgedrag ter sprake brengen bij de directie, de afdelingsmanager, de klassenleraar, een docent, of de vertrouwenspersoon. Als het gedrag blijft voortduren, ondanks signalen dat het pesten moet stoppen, komt de klacht zonder meer bij de vertrouwenspersoon terecht.
Als er een melding binnenkomt over pestgedrag dan zal er eerst met de gepeste leerling een gesprek plaats vinden. In dit gesprek wordt het pestgedrag in kaart gebracht.
Vervolgens wordt aan de gepeste leerling gevraagd of hij/zij een gesprek met de pester wil aangaan onder begeleiding van de vertrouwenspersoon. (Als er sprake is van een groep pesters dan zullen de gesprekken meestal één op één plaatsvinden.) Indien de gepeste leerling dit wil, volgt er een tweede gesprek. Deze aanpak geniet verreweg de voorkeur binnen school. Indien de leerling dit niet wil, volgt er een gesprek tussen de vertrouwenspersoon en de pester. Daarna probeert de vertrouwenspersoon alsnog een gesprek met de gepeste leerling en de pester af te spreken.
In het tweede gesprek wordt uitgezocht of de klacht terecht is. De pester krijgt de kans zijn/haar verhaal te vertellen. Als blijkt dat de klacht terecht is dan volgen er afspraken met de pester:
- Het gedrag moet stoppen.
- Er worden, indien nodig, afspraken gemaakt over omgaan met elkaar.
- Eventueel mede pesters worden door de pester aangesproken om te stoppen.
- De pester wordt op de hoogte gebracht van de consequenties bij herhaling van pestgedrag, deze kunnen zijn:
o tweede keer betrokken, dan volgt een brief van de afdelingsmanager naar de ouders;
o derde keer betrokken, dan volgt een gesprek tussen de ouders en de afdelingsmanager en wordt de pester voor een dag de toegang tot de lessen ontzegd;
o vierde keer betrokken, dan volgt een gesprek tussen de ouders en de afdelingsmanager en wordt het advies gegeven om een andere school te zoeken.
- De ouders van de pester worden door de vertrouwenspersoon telefonisch op de hoogte gebracht van het gesprek, de afspraken en de consequenties bij herhaling van pestgedrag.
- De afdelingsmanager wordt op de hoogte gebracht van de waarschuwing.
- De vertrouwenspersoon neemt contact op met de ouders van de gepeste leerling.
- Na twee of drie weken volgt een derde gesprek met alle betrokken partijen om te zien of iedereen zich aan de afspraken heeft gehouden en het pesten gestopt is.
- Indien nodig volgen er individuele gesprekken met de gepeste leerling en/of de pester.
- Indien nodig volgen er verwijzingen naar externe hulpverleningsinstanties.
Deze aanpak blijkt in de praktijk succesvol. Meestal is één gespreksronde van twee of drie gesprekken genoeg om het pestgedrag te laten stoppen.