Overtredingen
 
Privacybeleid | Contact Gebruiksovereenkomst

Copyright © 2009 Verenigde Scholen J.A. Alberdingk Thijm

Basisregels en procedure bij overtredingen 

1. Basisregels 

Onze basisregels zijn: respectvol omgaan met elkaar, begrip tonen voor elkaar, elkaar helpen en steunen en samen bouwen aan een veilige wereld. Het omgekeerde, zoals pesten, ruziezoekend gedrag, agressie, discriminatie, aantasting van andermans persoonlijke leefwereld wordt niet getolereerd. Dat geldt voor leerlingen, medewerkers en ouders. Iedere betrokkene kan zich op het naleven van deze regels beroepen. 

Om deze basisregels vorm te geven hanteren we: 
  • duidelijke gedragsregels 
  • het kennen van elkaar: mentoraat, kleine overzichtelijke werkeenheden 
  • alertheid en toezicht 
  • sancties daar waar de gedragsregels worden overtreden 
  • een procedure voor het melden en bespreken van problemen 
  • klachten- en beroepsprocedures 
  • eventueel speciale programma's 
2. Procedure 


Bijzondere aandacht is er voor pestgedrag, voor geweld in welke vorm dan ook en voor discriminatie. Indien een overtreding wordt geconstateerd of gemeld dan geldt de volgende procedure: 
  1. Melding is bij iedere medewerker mogelijk, zo ook bij de coördinator leerlingzaken (vertrouwenspersoon). 
  2. Melding wordt doorgegeven aan mentor en/of afdelingsmanager 
  3. Mentor en/of afdelingsmanager komen tot een plan van aanpak. Doel: alle betrokkenen bij het conflict betrekken:slachtoffer, dader, medewerkers, ouders, omstanders 
  4. In gesprekken met alle betrokkenen eenduidig beeld krijgen over: wat er is gebeurd; wie erbij waren betrokken; wie wat heeft gedaan; wanneer het is gebeurd; wie de getuigen waren; wat betrokkenen eventueel hebben gedaan om het conflict te voorkomen / te deëscaleren 
  5.  Indien beeldvorming volledig is worden afspraken gemaakt over verdere afhandeling. 
  6. De kern van corrigeren en afhandelen is: hoe lossen we dit samen op. Belangrijke elementen hierbij zijn: Er wordt hoor en wederhoor toegepast; Onder begeleiding worden dader en slachtoffer worden met elkaar in contact gebracht. Het conflict wordt uitgesproken, dader en slachtoffer spreken uit dat ze vertrouwen hebben in een goede omgang met elkaar, excuses worden uitgesproken en aanvaard; De afdelingsmanager vraagt via de mentor de medewerkers, zowel in als buiten de les, extra toe te zien dat het conflict zich niet voortzet. Tevens wordt gevraagd opvallende signalen (rondom het slachtoffer en de dader) direct door te geven aan de mentor; De mentor maakt het conflict bespreekbaar in de mentorklas; De mentor blijft in gesprek met zowel de dader als het slachtoffer en biedt zo nodig mogelijkheden voor hulp aan; De mentor onderhoudt zo nodig het contact met ouders over de behandeling van de kwestie en de afspraken; De afhandeling wordt zo nodig vastgelegd in het leerlingendossier. Bij de aanpak kan zo nodig speciale begeleiding, eventueel externe deskundigheid, worden betrokken.
  7. Indien het conflict niet opgelost kan worden, of als er sprake is van niet nakomen van de afspraken, dan volgt nadere sanctie ( schorsing); uitgangspunt is dat de zwaarte van de sanctie en de aard van het vergrijp onderling gerelateerd zijn
  8. Indien een medewerker niet in staat is om adequaat te handelen wordt in samenspraak met de afdelingsmanager begeleiding ingezet. 
  9. Het kan voorkomen dat een overtreding tegen de regels van dien aard is dat de stappen hierboven worden overgeslagen. De conrector onderwijs bepaalt dan het verloop. 
  10. In alle gevallen wordt voor de benadeelde de mogelijkheid genoemd om contact op te nemen met de vertrouwenspersoon. 
  11. Agressie, geweld, intimidatie en discriminatie jegens het personeel wordt centraal geregistreerd door de directie. 
Voor de volledige procedure, zie de informatiegids Laar & Berg, p. 17.