Wiskunde
 
Privacybeleid | Contact Gebruiksovereenkomst

Copyright © 2009 Verenigde Scholen J.A. Alberdingk Thijm

Inleiding
In de onderbouwklassen gebruiken we voor wiskunde het boek ‘Getal en Ruimte’.  Deze methode kenmerkt zich door de heldere structuur en vele toegepaste oefeningen. Dit vinden we belangrijk omdat wiskunde een vak is dat je leert door heel veel te oefenen. Een deel van de opgaven wordt op de computer gemaakt. Elk hoofdstuk heeft een eigen werkplan en wordt, na een diagnostische toets, afgesloten door een eindtoets. In het eerste jaar hebben de leerlingen drie uur wiskunde en één uur rekenen per week. In de tweede klas havo wordt er vier uur wiskunde per week gegeven en in de tweede klas vwo drie uur. In de derde klas volgen alle leerlingen vier uur wiskunde per week.

Klas 1
De wiskunde heeft gedurende de eerste klas vooral een oriënterend karakter. Het jaar bestaat voor een deel uit herhaling van de stof van de basisschool. Daarnaast maken de leerlingen kennis met wiskundige vormen, negatieve getallen, grafieken & assenstelsels en hoeken. Pas in het laatste deel van het jaar passeren wezenlijk nieuwe onderwerpen de revue. De leerlingen krijgen dan voor het eerst te maken met formules en variabelen. Het rekenen met variabelen vormt de kern van het wiskundeonderwijs en is van groot belang voor het vervolg van het vak na de eerste klas.

Naast de wiskunde besteden wij in de eerste klas veel tijd aan het netjes werken en correct opschrijven van wiskundeopgaven. Niet alleen het antwoord is belangrijk! Sterker nog, de denkstappen hoe de leerling tot dat antwoord gekomen is zijn vaak nog belangrijker. Aan de hand van het boekje de “Werkwijze bij Wiskunde” leren de leerlingen gedurende het eerste jaar goed om te gaan met notaties en oplosstrategieën. Ook doen we mee aan de Kangoeroewedstrijd. Een landelijke wiskundewedstrijd voor de geïnteres-seerde leerling.


Klas 2
De nadruk komt in de tweede meer te liggen op het omgaan met variabelen en functies. Had de eerste klas nog een kennismakend karakter, in de tweede klas leert de leerling te rekenen met variabelen, formules op te stellen bij gegeven context of grafiek, en formules omzetten in een grafiek en deze te interpreteren.
Bekende begrippen zoals de stelling van Pythagoras en het getal Pi krijgen betekenis in hun wiskundige context en de leerlingen leren omgaan met symmetrie, vlakke figuren en hun bijzondere eigenschappen.

Daarnaast geven we in de tweede klas een project waarbij wiskunde aan een ander vak gekoppeld wordt en de leerlingen een realistische situatie omzetten in een wiskundig model en er daarna aan gaan rekenen.


Klas 3
Net als in de tweede klas gaat het in de derde klas voornamelijk om het kunnen omgaan met variabelen, formules en vergelijkingen. Vooral het oplossen van kwadratische vergelijkingen en de abc-formule krijgen veel aandacht. Verder krijgen de leerlingen ook te maken met wortelvergelijkingen, machtsvergelijkingen en gebroken vergelijkingen.

Naast al het rekenen met variabelen maken de leerlingen kennis met een aantal onderwerpen uit de verschillende wiskundedomeinen, zoals Goniometrie, gelijkvormigheid (een uitbreiding van de Vlakke Meetkunde) en statistiek. Deze onderwerpen hebben vooral de functie van kennismaking, zodat de leerlingen in de bovenbouw beter met de begrippen uit de voeten kunnen.
Ook wordt het verschil tussen de verschillende soorten wiskunde in de diverse profielen uiteengezet, zodat de leerlingen makkelijker hun keuze voor een Natuur- of een Maatschappijprofiel kunnen maken.

Internetlinks:
community
vaklokaal
wiskunde
examens
wisweb